
Het was geen ongeluk.
Geen misstap in de marge.
Het was een bouwwerk,
steen voor steen,
opgetrokken uit geld, toegang, aanzien
en uit de stilte die daar omheen groeit.
Twee mensen,
met sleutels tot kamers waar niemand keek,met woorden die deuren openden
en wetten vertraagden,
maakten van macht een vrijgeleide:
alsof grenzen alleen bestonden
voor wie geen naam had.
En het duurde.
Jaren werden decennia.
Niet omdat niemand iets wist
maar omdat “weten” soms een luxe is
die je je permitteert
zonder consequenties.
Geruchten werden ruis.
Signalen werden “misverstanden”.
Vragen werden afgeremd
door beleefdheid,
door carrière,
door het zachte, laffe zinnetje:
“Laat het maar.”
Dossiers kwamen ergens terecht
waar papier koud wordt.
Getuigenissen braken
op het harde oppervlak van reputaties.
En telkens weer
bleef de wereld open
voor wie glans droeg,
en gesloten
voor wie enkel angst kon meenemen.
Het onrecht bleef niet bestaan
door één daad,
maar door duizend kleine keuzes:
niet doorvragen,
niet opstaan,
niet verstoren.
Wegkijken als houding.
Zwijgen als lidkaart.
Want macht herkent macht.
En macht beschermt wat op haar lijkt.
Netwerken sluiten zich
als handen om een glas:
je ziet het,
maar je breekt het niet.
Bekendheid werd een schild.
Prestige een verdoving.
Angst om “de verkeerde” tegen te spreken
een wet die niemand schreef,
maar iedereen gehoorzaamde.
En dat is het meest aangrijpende:
het geweld was gruwelijk
maar de ruimte errond
maakte het mogelijk.
Een samenleving kan geen gruwel verdragen
zonder eraan mee te bouwen:
met bewondering,
met gemak,
met de schaamte om lastig te zijn
voor mensen die belangrijk lijken.
Terwijl sommigen hun imago polijsten
tot het weer licht vangt,
betaalt iemand anders
met jeugd,
met vertrouwen,
met een lichaam dat te vroeg volwassen moest worden.
Dit is niet alleen een verhaal van misbruik.
Dit is een verhaal van medeplichtigheid
zonder vuile handen.
Van hoe status geloofwaardigheid koopt,
en kwetsbaarheid telkens opnieuw
moet bewijzen dat ze echt is.
Wie macht bewondert
zonder haar te bevragen,
helpt haar groeien.
Wie zwijgt om positie,
maakt stilte tot infrastructuur.
Wie machtigen beschermt
omdat ze machtig zijn,
zet een podium neer
voor het volgende onrecht.
Dit is een aanklacht
tegen het “gewoon laten passeren”.
Tegen respect dat omhoog kijkt
in plaats van vooruit.
Tegen een wereld waarin slachtoffers moeten schreeuwen,
terwijl macht fluistert
en iedereen luistert.